Over het Markdal

Het Markdal is een bijzonder gebied. Omringd door natuurgebieden, rijk aan cultuurhistorie, is het Markdal nog altijd een plaats van overgangen en contrasten. De stilte van het platteland en de drukte van de stad en de A58 liggen dicht bij elkaar. Agrarische bedrijven en natuur wisselen elkaar af en de grens met België is dichtbij. De bewoners zijn trots op het gebied en het gebied is geliefd bij recreanten.

De Mark

Wilg op eilandje in de Mark (foto Carlo Schouten)

Het riviertje de Mark ontspringt als opborrelend grondwater in een natte wei bij het Belgische Koekhoven, ten zuiden van Breda. Na 80 kilometer gaat de rivier, in het noordwesten van Brabant, over in de Dintel, die vervolgens via het Volkerak uitmondt in de Oosterschelde. De Bovenmark, vanaf de bron tot Breda, is zo’n 40 km lang. Het heeft over deze afstand een verval van ongeveer 30 meter, waardoor het water relatief snel stroomt. Na Breda is het verval maar ongeveer 1 meter. De Mark wordt gevoed door regenwater via verschillende zijbeken en rijten, historische afwateringssloten. Die stromen vanuit de hoger gelegen delen het beekdal in. Aan de oostkant zijn dat het Merkske bij Castelré, het Chaamse bekencomplex bij Ulvenhout met zijn schone water en de Bavelse Leij bij de Bieberg. Aan de westkant zijn het wat kleinere beken zoals de Kerzelse Beek en Galderse Beek bij Galder.

Daarnaast komt er op diverse plaatsen in het beekdal kwelwater aan de oppervlakte, grondwater dat door opwaartse druk naar boven komt. Dit is deels eeuwenoude kwel uit diepere grondlagen, oorspronkelijk afkomstig uit België. Ook komt er jongere kwel uit het Mastbos. Vooral het oude kwelwater kan rijk zijn aan kalk of ijzer en arm aan voedingsstoffen. In de gebieden waar kwel naar boven komt groeien vaak bijzondere plantensoorten.

Meer weten over het watersysteem van de Mark.

Landschap

Het landschap van het Markdal is een typisch beekdallandschap, met een van oorsprong meanderende beek met drassige oevers. Op verschillende plaatsen langs de oevers lagen hogere zandbulten, de donken. De oorspronkelijke meanders zijn nog op enkele plaatsen terug te vinden.

Aan de oost- en westkant wordt het Markdal omringd door hoge zandgronden. Hier liggen grote bos- en heidegebieden. Aan de oostkant zijn dat onder andere het Ulvenhoutse Bos, de Strijbeekse Heide, de Goudberg en net over de grens de Elsakker. Aan de westkant liggen onder andere het Mastbos, de Galderse Heide en de Balleman.

Via ‘ecologische verbindingszones’ wordt geprobeerd de natuurgebieden zoveel mogelijk onderling te verbinden. Dieren en planten kunnen zich dan gemakkelijker van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Ecologische verbindingszones kunnen bijvoorbeeld lange houtwallen of bosjes zijn, of beken met begroeiing erlangs, zoals de Chaamse Beek die in de Mark uitmondt.

Bewoners

Oude boerderij bij de Blauwe Kamer (foto Sjef Langeveld)

Archeologische vondsten wijzen erop dat het gebied rond de Mark al voor het begin van de jaartelling bewoond werd. De geschiedenis van de streek is op veel plaatsen nog terug te vinden in oude boerderijen, middeleeuwse verkaveling, oude landhuizen en sporen van grote buitenplaatsen. Op de donken zijn sporen van bewoning gevonden uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen.

Evenwijdig aan de beek lagen aan weerszijden wegen die ook nu nog lokaal belangrijke verbindingen tussen Breda en België vormen. Tussen de wegen en de beek lagen vanaf de Middeleeuwen en later boerderijen, landgoederen en kasteeltjes. Waar minder ruimte was, lagen verspreide hoeven, waar meer ruimte was ontstonden buurtschappen en dorpjes met een kapel, zoals Ulvenhout, Notsel, Galder en Strijbeek.

Al eeuwen geleden hebben boeren zich gevestigd in het Markdal. Ook nu nog worden grote delen van het Markdal en de omliggende hogere gronden gebruikt voor landbouw. Op de lagere en nattere gronden is dat al van oudsher veeteelt, nu vooral melk- en vleesvee. Op de hoger gelegen, drogere gronden zien we met name tuinbouw, zacht fruit zoals aardbeien en plantmateriaal zoals buxus en lavendel.

Waar enkele decennia geleden gemengde bedrijven nog de regel waren, met hooilanden in het beekdal en akkerbouw en tuinbouw op de hogere delen, zijn de bedrijven nu sterk gespecialiseerd. Het aantal agrarische bedrijven is de laatste decennia sterk teruggelopen en de dorpen zijn gegroeid.

Kanalisatie

Spiegeling van bomen in de gekanaliseerde Mark bij Notsel (foto Carlo Schouten)

Oorspronkelijk was de Bovenmark een sterk meanderende beek. De oude Mark was ongeveer 8 meter breed en ongeveer 1,5 meter diep, maar in de zomer vaak minder diep en zodoende soms doorwaadbaar. In de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw werd de beek gekanaliseerd, om een snellere waterafvoer mogelijk te maken. De nieuwe Mark werd met een breedte van ongeveer 20 meter en dieptes van ongeveer 3 meter veel forser. Ook kwamen er enkele stuwen om te voorkomen dat de Mark in de zomer droog zou vallen.

De kanalisatie was gunstig voor de landbouw. Voor de natuur was dit echter minder gunstig: veel planten- en dierensoorten verdwenen uit het gebied omdat het droger werd. Vissen konden niet meer stroomopwaarts zwemmen door de stuwen. Daardoor konden ze hun paaigronden niet meer bereiken. Ook bleek de snelle waterafvoer het overstromingsgevaar voor de stad Breda te verhogen. Het water kreeg niet meer, zoals eerder, de kans om in het Markdal zelf naar beneden te zakken. De lager gelegen gedeelten van het Markdal zijn van oudsher in de winter overstromingsgevoelig, zoals te zien is op deze foto van de Scheele Brug uit 1970.

Natuurherstel

Ooievaars en lepelaars in het Markdal (foto Johan van Gils)

Aan het begin van de 21e eeuw is besloten de natuurlijke loop van de Bovenmark te herstellen. Rond 2004 zijn in het noordelijke deel (Bieberg) en zuidelijk deel (Galder) weer meanders in de rivierloop aangebracht. De grond eromheen wordt natuurlijk beheerd. De weilanden zijn omgevormd tot schraalgrasland, met een voedselarme bodem en hoge grondwaterstand. Bij de Bieberglaan is een vispassage langs de stuw aangelegd, zodat vissen stroomopwaarts kunnen zwemmen. Verdwenen planten zoals dwergbies en blaartrekkende boterbloem zijn weer teruggekomen. De visstand is verbeterd en zeldzame amfibieën zoals de rivierdonderpad zijn weer waargenomen. In de steile wanden langs de oevers bij Ulvenhout nestelen nu jaarlijks oeverzwaluwen en ijsvogels laten zich na zachte winters geregeld zien. Voor het eerst sinds meer dan een eeuw broeden er ook weer jaarlijks een ooievaars in het Markdal.

Nog meer veranderingen

Meander bij de Klokkenberg (foto Wim van der Zanden)

De bedoeling is om de komende jaren ook het middenstuk te herstellen. Dit betekent niet dat overal de oude meanderende beek terug komt. Op veel plaatsen is dat onmogelijk. Er stromen daar meanders naast de oude loop. Omdat er puindammen in de hoofdloop liggen stroomt het water normaal gesproken via de meanders. Bij hoogwater stroomt het water niet alleen door de meanders, maar ook over de puindam heen. Als het waterpeil echt te hoog is blijft daardoor een snellere waterafvoer mogelijk.

Het Markdal biedt ook veel kansen voor een diverse flora en fauna. Door de stroomverschillen en het verval van de Mark, de hoogteverschillen in het dal en het aanwezige kwelwater is er veel diversiteit in leefgebieden. De kwaliteit van het water in de Mark is nu nog onvoldoende voor een grote biodiversiteit. Meststoffen uit de landbouw, vooral fosfaat en nitraat, zijn een belangrijke oorzaak van de matige waterkwaliteit. De waterkwaliteit van enkele beken, zoals het Merkske en de Chaamse Beek, is wel goed. Uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen stroomopwaarts hebben invloed op de waterkwaliteit stroomafwaarts, dus samenwerking met België is hierbij van belang.

Recreatieve routes

Recreatie in het Markdal (foto Martha Wildhagen)

De Mark stroomt door een open landschap met verrassende doorkijkjes. Het is een afwisselende mix van natuur, landbouw en andere economische activiteiten. Er is ook nog altijd een verbinding met België. Dit alles maakt het Markdal een populair gebied voor wandelaars en fietsers.

Wandel- en fietsroutes in en rond het Markdal vind je op de site van Staatsbosbeheer www.staatsbosbeheer.nl/natuurgebieden/baronie-van-breda/routes. Kijk ook op www.routesinbrabant.nl of www.visitbrabant.nl. Of download een fietsknooppuntenkaart waarop diverse fietsmogelijkheden zijn aangegeven. Wandelingen vind je ook op www.wandelpaden.com of op de wandelknooppuntenkaarten. Ook de dorpsraad Galder-Strijbeek heeft op haar website verschillende korte wandelrouteslange wandelroutes en fietsroutes staan.

Naast wandelen en fietsen kun je in en rond het Markdal ook paardrijden, kanovaren en mountainbiken.

Natuurexcursies

Fuut met jong (foto Martin Stam)

De vereniging Markdal verzorgt ook excursies in het Markdal. Meer weten? Neem contact met ons op!

Er zijn daarnaast verschillende natuurgroepen actief in het Markdal. Zij vertellen je meer over alle bijzondere plant- en diersoorten die te vinden zijn in het Markdal en organiseren regelmatig excursies. Kijk daarvoor op de websites van IVN Mark en Donge, de West-Brabantse Vogelwerkgroep , de KNNV en Natuurvereniging Mark en Leij.

Historische plaatsen

Kasteel Bouvigne (foto Joop van Riet)

Het bekendste kasteeltje van het Markdal is waarschijnlijk kasteel Bouvigne, aan de Bouvignelaan, ten zuiden van Breda. De eerste vermelding van dit kasteel dateert uit 1554. Verder naar het zuiden, ten noorden van Galder ligt het landgoed Daesdonck, dat al in 1350 genoemd werd. Het 17e-eeuwse kasteeltje dat hier stond brandde in 1831 af. Op het landgoed staan nog drie historische hoeven. Ook op andere plaatsen in het Markdal zijn nog historische hoeven te vinden, bijvoorbeeld bij de Blauwe Kamer en op verschillende plaatsen langs de Strijbeekseweg.

Wat dichter bij het Ginneken staan in het Markdal enkele monumentale villa’s of ‘buitenplaatsen’, gebouwd vanaf de 18e eeuw en bewoond door vooraanstaande families. Een voorbeeld hiervan is Villa Valkrust en het Buitentje van Guljé, beiden aan de Ulvenhoutselaan, en de afgebroken buitenplaats Mariëndal.

Uit iets recentere tijden stamt een ander markant gebouw in het Markdal: de Klokkenberg. In 1951 werd het gebouwd als sanatorium voor tuberculosepatiënten. Daarna heeft het gebouw dienst gedaan als Medisch Centrum met specialisaties voor onder andere hartchirurgie en allergologie.

De streek is goed voor verschillende verhalen en legenden, zoals de legende van de Duivelsbrug. Op de plaats van deze brug, in het noorden van het Markdal bij de Hervormde kerk in het Ginneken zou de duivel zich met een ongewijde kerkklok in de Mark hebben gestort. Een verhaal dat begint met de onmogelijke liefde van Catharina van Gaveren en Walther van Ulvenhout.

Lees hier verder over de opgravingen van de Oude Hof, over een middeleeuwse boerderij in het Markdal, over opgravingen in Ulvenhout, over het Vrijlandtbruggetje, over het Waterleiding- en Electriciteitsgebouw aan de Ulvenhoutselaan, over het Sulkerpad, over de Daasdonkseweg.

Een bijzondere gebeurtenis

In 1981 kwam een zeehondje de Mark opgezwommen, tot in het Ginneken. Omdat de rust van het zeehondje niet gewaarborgd kon worden werd ze onder grote belangstelling gevangen, zoals te zien is in dit filmpje. Aan de Koningin Emmalaan staat nog altijd een standbeeld voor het zeehondje.